In dit overzicht vind je de meest gebruikte voetbalwedmarkten en belangrijke voetbalterminologie. Dit helpt je om precies te begrijpen welke weddenschappen je kunt plaatsen en hoe het spelverloop van invloed is op jouw weddenschap.
Een volledige lijst van alle beschikbare markten voor een wedstrijd vind je op de wedstrijdpagina op onze website zelf.
Voetbalweddenschappen
- Eindresultaat: Je wedt op de uitkomst van de wedstrijd na de reguliere speeltijd van 90 minuten, inclusief blessuretijd (exclusief verlenging en strafschoppen).
- Totaal aantal doelpunten: Je voorspelt het totale aantal doelpunten dat door beide teams samen wordt gescoord binnen 90 minuten.
- Beide teams scoren Ja/Nee: Je zet in op de vraag of beide teams binnen 90 minuten minstens één doelpunt maken.
- Schoten op doel door speler: Je zet in op een specifieke speler die op doel schiet. Het schot hoeft geen doelpunt te zijn. Schoten tegen de lat of paal tellen niet mee.
-
Doelpuntenmaker markten: Je zet in op een specifieke speler die een doelpunt maakt tijdens de wedstrijd.
- Eerste doelpuntenmaker: De speler die het eerste doelpunt van de wedstrijd maakt.
- Doelpuntenmaker op elk moment: de speler die ergens tijdens de wedstrijd scoort.
- Laatste doelpuntenmaker: De speler die het laatste doelpunt van de wedstrijd maakt.
- Speler scoort X+ doelpunten: Je zet in op een speler die minimaal twee of meer doelpunten maakt (zoals 2+ of 3+) in de wedstrijd.
- Speler assist: Je zet in op een speler die de laatste pass, voorzet of aanraking geeft die direct leidt tot een doelpunt van een teamgenoot.
Let op: Eigen doelpunten tellen niet mee in doelpuntenmaker markten.
Voetbalterminologie
- Vrije trap: Een standaardsituatie die wordt toegekend na een overtreding. De bal wordt stilgelegd op de plek waar de fout plaatsvond.
- Hoekschop/corner: Een standaardsituatie toegekend wanneer een verdedigende speler de bal als laatste aanraakt voordat deze over de eigen doellijn gaat. Een speler van het aanvallende team neemt hem vanaf de hoekcirkel,
- Gele kaart: Een waarschuwing van de scheidsrechter aan een speler voor lichte overtredingen of onsportief gedrag.
- Rode kaart: Een directe uitsluiting door de scheidsrechter voor een ernstige overtreding, of een uitsluiting na twee gele kaarten. Het team speelt de rest van de wedstrijd met een speler minder.
- Eigen doelpunt: Een doelpunt dat een speler in het eigen doel schiet. Dit telt als een doelpunt voor de tegenpartij.
- Inworp: Een standaardsituatie vanaf de zijlijn. Een speler gooit de bal met twee handen boven het hoofd in het spel nadat de tegenstander de bal over de zijlijn speelde.
- Blessuretijd (toegevoegde tijd): Extra tijd aan het einde van een helft om onderbrekingen (zoals blessures, wissels of doelpuntvieringen) te compenseren.
- Verlenging: Twee extra speelhelften van 15 minuten wanneer een (toernooi)wedstrijd na 90 minuten en blessuretijd in een gelijkspel eindigt.
- Penalty/strafschop: Een directe kans voor een aanvaller vanaf 11 meter tegen alleen de doelman, toegekend bij een overtreding tegen een aanvaller binnen het strafschopgebied.
- Penaltyserie: Een beslissende reeks strafschoppen om een winnaar te bepalen als een (toernooi)wedstrijd na de verlenging nog steeds gelijk staat. Teams nemen om beurten strafschoppen totdat één team meer scoort dan de ander.
- Assist: De laatste pass, voorzet of aanraking door een speler die direct leidt tot een doelpunt van een teamgenoot.
- Wissel: Het moment waarop het spel wordt stilgelegd om een veldspeler te vervangen door een speler vanaf de bank.
Lees voor meer informatie onze volledige voorwaarden & condities.